Vervolgingen bahá’í-gemeenschap

15-3-2021: De bahá’ís maken zich zeer ongerust over de situatie van hun medegelovigen in Iran en organiseren een gebeds-actie

Amersfoort, 15 maart 2021. De Bahá’ís van Amersfoort en omgeving maken zich zeer ongerust over de situatie van hun medegelovigen in Iran. Afgelopen zondag is een online gebeds-actie gestart om voor hen te bidden.

Gebedsactie tot 20 maart 2021

Gebeden en steun voor de Iraanse noodlijdende vrienden in Iran, in de noordelijke provincie Mazandaran. Er is een vreselijke situatie ontstaan in meerdere dorpen en steden. Hun middelen van bestaan en hun huisraad/ bezittingen zijn verbrand en hun agrarische landgoederen worden systematisch onteigend door de autoriteiten. Kinderen en studenten worden uitgesloten van de scholen en hoger onderwijs.

Religieuze minderheid

De Bahá’í International Community BIC vreest voor meer onderdrukkingen van bahá’ís door het hele land om de baha’is uit te sluiten van elk aspect van het openbare leven en is geschokt door de inhoud van officiële Iraanse regelgeving die lokale autoriteiten in de stad Sari, in de noordelijke provincie Mazandaran, instrueert om ‘strikte controles’ uit te voeren op de bahá’ís in de stad door ‘toezicht te houden op hun activiteiten en maatregelen te introduceren om ‘bahá’í-studenten te identificeren’ teneinde ‘hen tot de islam te brengen”. De brief is zojuist onthuld door de ‘League for the Defence of Human Rights’ (LDDHI) en de ‘International Federation for Human Rights’ (FIDH).

Diane Ala’i, de vertegenwoordiger van BIC bij de Verenigde Naties in Genève, stelt: ‘Deze onthulling doet opvallend denken aan voorbeelden uit de geschiedenis waarin regeringen minderheden hebben bestookt met draconische maatregelen in afwachting van nog verdergaande sinistere acties. Met dit document is het duidelijk dat de regering nu maatregelen implementeert die een bedreiging vormen voor het fundamentele recht van bahá’ís om hun godsdienst uit te oefenen’.

24-2-2020: Elektrocuties, afranselingen en massale arrestaties: de door Iran geïnspireerde campagne van de Houthis tegen de Jemenitische bahá’ís

DEN HAAG, 24 februari 2020 — Vierentwintig leden van de bahá’í-gemeenschap in Jemen moeten morgen in een Houthi-rechtszaal in Sanaa verschijnen voor de laatste sessie van een religieus gemotiveerd schijnproces, waarvan Bahá’í International Community (BIC) gelooft dat dit op zijn minst gedeeltelijk een gevolg is van richtlijnen van Iraanse autoriteiten.

Dhr. Akram Ayyash (links) en dhr. Waleed Ayyash zitten sinds 2017 gevangen.

 
Eén van de Jemenitische bahá’ís die berecht zullen worden – die ook eerder al is gearresteerd en anoniem wil blijven – vertelde aan BIC dat de Houthi-autoriteiten proberen de bahá’í-gemeenschap in het land systematisch uit te roeien. “Het is niet alleen gericht op een paar mensen”, voegde hij eraan toe. De Houthis willen ook dat andere bahá’ís zich “bang voelen”. De Jemeniet gaf verder aan dat een dergelijke vervolging niet alleen de gearresteerden of de gevangenen schaadt, maar ook hun families en tientallen andere mensen.

De Jemenitische bahá’í voegde eraan toe dat zijn Houthi-ondervragers hadden bevestigd dat zijn arrestatie te wijten was aan zijn religieuze overtuigingen – en omdat de bahá’ís vrede bevorderen in oorlogstijd. Hij en andere gevangen bahá’ís werden ook lastiggevallen door extremistische personen in de gevangenis die hen “ongelovigen” noemden en hun met de dood bedreigden.

Het proces tegen de 24 leden van de bahá’í-gemeenschap morgen volgt op jaren van willekeurige en gewelddadige detentie van de zes bahá’ís door de Houthi-autoriteiten.

De heer Waleed Ayyash – één van de vijf bahá’ís die in 2017 werden gearresteerd – werd gemarteld tijdens zijn eenzame opsluiting van zeven maanden in het National Security Bureau. Hij werd ook fysiek gedwongen om met inkt zijn vingerafdruk te zetten onder zijn naam op een schriftelijke verklaring. Mr. Ayyash heeft erop aangedrongen dat deze verklaring onjuist is.

Vier van de andere gevangen bahá’ís – dhr. Kayvan Ghaderi, dhr. Wael al-Arieghie, dhr. Badiullah Sana’i en dhr. Akram Ayyash – hebben hun advocaten niet mogen zien, ze zijn mishandeld en hun is toegang tot medische zorg ontzegd.

“De bahá’ís die in Sanaa worden vastgehouden zijn onschuldig en de fysieke en mentale martelingen die ze hebben ondergaan zijn gemaakt om hen te dwingen misdaden die ze niet hebben begaan te bekennen”, zegt Bani Dugal, hoofdvertegenwoordiger van de BIC. “Bovendien moeten de Houthis stoppen met de financiële afpersing van de Jemenitische bahá’ís door inbeslagname en pogingen om de eigendommen van alle verdachten af te pakken, als gevolg van het proces.”

De eerste Jemenitische bahá’í die na de revolutie van 2011 werd gearresteerd was de heer Hamed bin Haydara. Hij werd in 2013 gearresteerd, geslagen en geëlektrocuteerd, gedwongen om documenten te ondertekenen terwijl hij geblinddoekt was, ervan beschuldigd een “vernietiger van de Islam en religie” en een spion voor Israël te zijn. De zaak van de heer Haydara duurde meerdere jaren en op 2 januari 2018 werd hij veroordeeld tot openbare executie vanwege zijn religieuze overtuigingen. Er is beroep ingesteld tegen dit vonnis en dit is in behandeling. Sinds zijn arrestatie zijn er achttien hoorzittingen geweest in de beroepsfase. De eerstvolgende hoorzitting van de heer Haydara is gepland op 31 maart a.s.

Dhr. Hamed bin Haydara werd in 2011 gearresteerd en kreeg de doodstraf opgelegd in 2018.

 
“Als de Houthis zich volledig willen inzetten voor het proces dat de vrede die zo hard nodig is voor de Jemenitische bevolking dichterbij zal brengen, moeten ze de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging respecteren,” zegt Diane Ala’i, vertegenwoordiger van de BIC in Genève.

De Bahá’í International Community roept de Houthi-autoriteiten op om de rechten van de zes bahá’í-gevangenen te respecteren en hun toegang te verlenen tot hun advocaten. Voorts roept BIC op tot hun onmiddellijke vrijlating en om de vervolging van de leden van dit geloof in Jemen te staken.

Bron: https://www.bic.org/news/electrocutions-beatings-and-mass-arrests-houthis-iran-inspired-campaign-against-yemeni-bahais

 

20-9-2018: Ongefundeerde aanklachten in Jemen bevestigen toenemende vervolging van bahá´ís

DEN HAAG, 20 september 2018, (BWNS) – De door Iran gesteunde Houthi-autoriteiten in Sana´a, Jemen hebben tijdens een hoorzitting in de rechtbank afgelopen zaterdag twintig bahá’ís het doelwit gemaakt van een reeks ongegronde aanklachten. Deze actie komt op een moment dat de leider van de Houthi’s de bevolking heeft opgeroepen tot geweld tegen bahá’ís en andere religieuze minderheden. Deze absurde beschuldigingen – waaronder spionage en afvalligheid – zijn vooral gericht tegen personen die bestuurlijke rollen vervullen in de bahá’í-gemeenschap, maar strekken zich uit tot andere Jemenitische bahá’ís, onder wie een tienermeisje. De hoorzitting begon met alleen de rechter, de openbaar aanklager en andere aanwezige rechters; noch de bahá’ís die werden aangeklaagd, noch hun advocaten waren op de hoogte gebracht van de zitting. De volgende hoorzitting is gepland voor 29 september in Sana’a. De rechter heeft degenen die nu afwezig waren opgeroepen voor de eerstvolgende rechtszitting.

De door Iran gesteunde Houthi-autoriteiten in Sana´a, Jemen hebben afgelopen zaterdag twintig bahá’ís het doelwit gemaakt van een reeks ongegronde aanklachten (Foto door yeowatzup, verkregen via Wikimedia Commons).
‘Deze aanklachten zijn buitengewoon alarmerend en luiden een onverbiddelijke verhoging van de druk in op een moment dat de bahá’í-gemeenschap al wordt bedreigd en de algemene humanitaire crisis in het land urgente aandacht vereist’, zei Bani Dugal, hoofdvertegenwoordiger van de Internationale Bahá’í-gemeenschap bij de Verenigde Naties. ‘We hebben alle reden om ons zorgen te maken over de veiligheid van de bahá’í-gemeenschap in Jemen. We dringen er bij de internationale gemeenschap op aan om een beroep te doen op de autoriteiten in Sana’a om deze absurde, valse en ongegronde beschuldigingen tegen deze onschuldige individuen onmiddellijk te laten vallen, die kwaadwillig zijn aangeklaagd, eenvoudigweg omdat ze hun geloof hebben uitgeoefend’.
De religieus gemotiveerde beschuldigingen door de Houthi-autoriteiten in Sana’a, de hoofdstad van Jemen, die tijdens de rechtszaak van afgelopen zaterdag zijn geuit, passen in een systematische poging om Jemenitische bahá’ís te onderdrukken, onder meer door haattoespraken, arrestaties, gevangenneming en een doodvonnis. ‘De manier waarop de Houthi’s zich richten op de bahá’í-gemeenschap in Jemen doet op een akelige manier denken aan de vervolging van de bahá’ís in Iran in de jaren tachtig, toen de leiders van de bahá’í-gemeenschap werden opgepakt en gedood’, voegde mevrouw Dugal toe.
In een televisietoespraak in maart belasterde en hekelde Abdel-Malek al-Houthi, de leider van de Houthi’s, het Bahá’í-geloof. Hij zette het Jemenitische volk aan tot geweld en drong er bij hen op aan hun land te verdedigen tegen de bahá’ís en leden van andere religieuze minderheden. Binnen enkele dagen na zijn toespraak herhaalden verschillende Jemenitische nieuwssites deze aanvallen en een prominente Houthi-schrijver en strateeg schreef als commentaar op sociale media dat ‘we elke bahá’í zullen afslachten’. Soortgelijke gevoelens werden uitsproken door religieuze autoriteiten in Sana’a, met inbegrip van de Moefti van Jemen, Shams al-Din Muhammad Sharaf al-Din, die in Iran werd opgeleid en die vorig jaar door de Houthi’s werd benoemd.
Op dit moment worden zes bahá’ís gevangen gehouden vanwege hun geloof. Onder hen is Hamed bin Haydara, die vastzit sinds 2013, en in januari werd veroordeeld tot openbare executie vanwege zijn geloof na een langdurig en onrechtvaardig proces. Abdu Ismail Hassan Rajeh, dezelfde rechter die de bespottelijke zaak tegen de heer Haydara voorzat, houdt toezicht op de berechting van de recent aangeklaagde bahá’ís.

Voor meer informatie, bezoek de website van : Bahá’í International Community

Bron: https://news.bahai.org/story/1285/

 

8-1-2018: Doodstraf voor bahá’í in Jemen, vervolging escaleert

Den Haag, 8 januari 2018 – Op 2 januari 2018 vaardigde een gespecialiseerd strafhof in Sana’a, Jemen een vonnis uit zonder weerga in de vervolging van de bahá’ís in Jemen. De rechter veroordeelde de heer Hamed bin Haydara tot de doodstraf vanwege zijn religieuze overtuigingen, en riep op tot de ontbinding van alle bahá’í-raden, waardoor andere bahá’í-gevangenen en de bahá’í-gemeenschap als geheel direct in gevaar zijn.
Na een langslepende rechtszaak en een wrede, vier jaar durende gevangenschap, werd de laatste rechtszitting gehouden waar verweerder, de heer Haydara, niet bij aanwezig mocht zijn. Tijdens de hoorzitting riep de plaatselijke rechter, de heer Abdu Ismail Hassan Rajeh, op tot de executie van de heer Haydara en de inbeslagname van al zijn bezittingen, onder het voorwendsel dat de heer Haydara contact had gehad met het Universele Huis van Gerechtigheid, het hoogste bestuursorgaan van de bahá’ís, dat zich in Israël bevindt. Het vonnis vereist dat de uitvoering, waarvan de datum onbekend is, in het openbaar zal worden uitgevoerd. Het vonnis vraagt ook om ontbinding van de bahá’í-raden, wat sterk doet denken aan de vervolging van de bahá’ís in Iran in de jaren tachtig. De advocaat van de heer Haydara tekende onmiddellijk hoger beroep aan tegen de rechterlijke uitspraak.
Bani Dugal, hoofdvertegenwoordiger van de Bahá’í International Community bij de Verenigde Naties, verklaarde: “Deze laatste onderdrukkende maatregel jegens de heer Haydara en de bahá’ís van Jemen als geheel is ongekend en zeer alarmerend, temeer omdat men duidelijk de sporen kan zien van de vervolging van de bahá’ís door de Iraanse regering. Wij roepen de Houthi-autoriteiten op om gerechtigheid hoog te houden en deze onrechtvaardige uitspraak te niet te doen en de heer Haydara en alle andere bahá’í-gevangenen onmiddellijk vrij te laten. We roepen de internationale gemeenschap op om zich tegen dit vonnis uit te spreken en verdere gruweldaden te voorkomen die plaatsvinden tegen de overige bahá’í-gevangenen en de duizenden andere Jemenitische bahá’ís.”
De heer Haydara werd willekeurig gearresteerd op zijn werkplek op 3 december 2013 en werd vastgehouden in Sana’a, Jemen waar hij gedurende enkele maanden herhaaldelijk werd gemarteld, gedwongen werd om papieren te ondertekenen terwijl hij geblinddoekt was en geen bezoekers mocht ontvangen, waaronder zijn vrouw en dochters. Na zijn arrestatie werd er ook een inval gedaan in zijn huis en werden zijn papieren en computer in beslag genomen door de Nationale Veiligheidsdienst.
Zijn eerste rechtszitting vond plaats op 18 januari 2015, ruim een jaar nadat hij was gearresteerd, waar hij niet bij aanwezig mocht zijn. Bovendien werden pas op dat moment formele, ongegronde en onzinnige aanklachten tegen hem ingebracht. Sindsdien zijn meer dan de helft van de bijna veertig rechtszittingen afgelast onder verschillende voorwendselen, waaronder ziekte of onverklaarde afwezigheid van de rechter. Gedurende zijn vier jaar durende gevangenisstraf is de heer Haydara herhaaldelijk de behandeling ontzegd van medische aandoeningen, die zich als gevolg van de martelingen die hij onderging hebben ontwikkeld. Het is vermeldenswaard dat tijdens deze rechtszaak geen enkel steekhoudend bewijsmateriaal werd gepresenteerd, een feit dat meerdere malen werd vermeld door de rechter zelf in de laatste rechtszittingen aan de aanklager. Deze vaststelling van gebrek aan bewijs werd op een merkwaardige en onverwachte manier gevolgd door het summiere vonnis op 2 januari 2018 om de heer Haydara de doodstraf op te leggen.
Flagrante schendingen van fundamentele mensenrechten van de bahá’ís van Jemen zijn gedocumenteerd door de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, de Speciale Rapporteur voor Vrijheid van Godsdienst of Overtuiging, de VN Mensenrechtenraad en internationale organisaties zoals Amnesty International (inzake de arrestatiegolf in april 2017, en zij roepen op tot vrijlating van de heer Haydara).
Bron: https://www.bic.org/news/yemeni-bahai-receives-death-sentence-persecution-escalates

 

26-10-2017: Aanval op bahá’ís in Jemen tijdens viering tweehonderdste geboortedag Bahá’u’lláh

Den Haag, 26 oktober 2017 – Jemenitische veiligheidstroepen zijn deze week een bahá’í -bijeenkomst in Sana’a binnengevallen en hebben het vuur geopend op de kleine groep mensen die er bijeen waren gekomen om de tweehonderdste geboortedag van Bahá’u’lláh te vieren.

Akram Ayyash (l) en Walid Ayyash (r)

Akram Ayyash (links) en Walid Ayyash (rechts)

De aanval vond plaats in het huis van het prominente stamhoofd Walid Ayyash, die in april ontvoerd werd en van wie de verblijfplaats tot op heden onbekend is. De aanvallers zaten naar verluidt in vier auto’s en een gepantserd voertuig, dat ze gebruikten om de voordeur van het huis open te breken. Zij arresteerden de broer van de heer Ayyash, Akram Ayyash.
‘Er is nu een ondubbelzinnige consensus over de rol van Iran in de vervolging van de bahá’ís in Jemen, met name in Sana’a, dat momenteel onder de controle van door Iran gesteunde milities staat’, aldus Bani Dugal, hoofdvertegenwoordiger van Bahá’í International Community bij de Verenigde Naties.
De vervolging van bahá’ís nam in hevigheid toe in augustus 2016, toen Houthi-milities 65 bahá’ís ontvoerden, onder wie zes kinderen. In april van dit jaar is er nog een arrestatiebevel van meer dan 25 bahá’ís uitgegaan, onder wie veel prominente leden van de bahá’í-gemeenschap die helpen bij het organiseren van gemeenschapszaken op nationaal niveau. Acht bahá’ís zitten momenteel in hechtenis en het is onduidelijk waar een aantal van hen wordt vastgehouden.
De arrestaties van bahá’ís in Jemen hebben internationaal reacties van afkeuring opgeleverd en in september van dit jaar geleid tot een VN-resolutie die door Egypte namens de Arabische Groep was ingediend en aangenomen door de VN-Mensenrechtenraad. Daarin werd opgeroepen tot de onmiddellijke vrijlating van alle bahá’í-gevangenen.

Eerder dit jaar heeft de speciale VN-rapporteur voor vrijheid van godsdienst en overtuiging Ahmed Shaheed gezegd dat het patroon van vervolging van de bahá’ís in Jemen een exacte afspiegeling is van het patroon van vervolging in Iran.
De bahá’í-gemeenschap is recentelijk, in de periode waarin de tweehonderdste geboortedag van Bahá’u’lláh werd gevierd, ook doelwit geweest in Iran. Tussen 18 en 21 oktober werden ongeveer 19 personen gearresteerd in Kermanshah, Teheran en Birjand en werden invallen gedaan in de huizen van 25 bahá’ís. 27 winkels, eigendom van bahá’ís, werden in het hele land door de autoriteiten gesloten, omdat de eigenaars de Heilige Dag op 21 oktober vierden. Deze sluitingen vonden plaats in Shiraz, Marvdasht, Gorgan en Gonbad.
‘Het samenvallen van deze acties, met ontelbare voorbeelden van vreugdevolle en verheffende feestdagen die door de bahá’í-gemeenschappen over de gehele wereld zijn georganiseerd, zou niet opvallender kunnen zijn. Dit contrast legt de meedogenloze doelgerichtheid van bepaalde autoriteiten in Iran bloot om in de vervolging van de bahá’ís te volharden en hun fundamentele mensenrechten te schenden, zowel binnen Iran als buiten haar grenzen’, zei mevrouw Dugal.
Bron: http://news.bahai.org/story/1215/

 

17-03-2017: Europarlementariërs en Kamerleden roepen Iran op een eind te maken aan ‘economische apartheid’ jegens bahá’ís

Den Haag, 17 maart 2017 – Tweeëndertig Europarlementariërs en Kamerleden hebben Iran opgeroepen een einde te maken aan de ‘economische apartheid’ die de bahá’ís in Iran al geruime tijd treft. Dertien leden van het Europees Parlement en negentien parlementsleden van zeven nationale parlementen hebben een verklaring ondertekend, waarin zij de Iraanse autoriteiten oproepen om onmiddellijk de obstakels te verwijderen die het voor bahá’ís onmogelijk maken om in hun levensonderhoud te voorzien en bij te dragen aan de vooruitgang van hun land.

Federica Mogherini
Federica Mogherini ontving een verklaring van Europarlementariërs over ‘economische apartheid’ in Iran

De verklaring, die gisteren werd doorgestuurd naar Hare Excellentie Federica Mogherini, de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, begint met de opmerking dat Iran eind vorig jaar 132 bedrijven van bahá’ís heeft gesloten.
Dergelijke sluitingen zijn een van de ‘vele tactieken’, die zijn bedoeld om de bahá’í-gemeenschap te ondermijnen als een ‘levensvatbare entiteit’, aldus de verklaring.

‘Andere maatregelen van de doelbewuste en door de overheid geleide economische apartheid tegen de bahá’ís zijn onder meer het categorisch weigeren om bahá’ís toegang te geven tot overheidsbanen, het uitstellen of voorkomen dat bahá’ís vergunningen verwerven voor eigen bedrijven, het onder druk zetten van bedrijven om bahá’í-werknemers te ontslaan, banken te dwingen rekeningen van bahá’í-cliënten te blokkeren en bahá’ís de toegang weigeren tot formeel universitair onderwijs’, aldus de verklaring.

Bij het overbrengen van de verklaring aan mevrouw Mogherini, zei Rachel Bayani, vertegenwoordiger van Bahá’í International Community in Brussel, in een begeleidende brief: “Wij vertrouwen erop dat de Europese Unie, die zich bezig houdt met een inhoudelijk gesprek over mensenrechten in Iran, de bijna veertig jaar lange, systematische onderdrukking van de bahá’í-gemeenschap in dat land in acht zal nemen en in de dialoog met Iran een plan voor concrete maatregelen op zal nemen om belemmeringen geleidelijk te verwijderen, zodat de Iraanse bahá’í-gemeenschap op dezelfde wijze als zijn medeburgers bij kan dragen aan de vooruitgang van hun land.”

Naast de 13 leden van het Europees Parlement, ondertekenden nationale parlementsleden uit Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg, Zweden, Nederland en het Verenigd Koninkrijk de verklaring.

De volledige verklaring en de lijst van ondertekenaars is hier te lezen.

De begeleidende brief van mevrouw Bayani aan mevrouw Mogherini is hier te lezen.

Bron: https://www.bic.org/news/thirty-two-european-parliamentarians-call-end-economic-apartheid-against-bahais-iran#fHqA683QW91QBcSy.97

 

12-01-2017: Bahá’í in Iran vermoord onder verdachte omstandigheden

Den Haag, 12 januari 2017 – De Bahá’í International Community (BIC) heeft vernomen dat een Bahá’í in Iran vermoord is onder verdachte omstandigheden.

Een rapport dat ontvangen is op 9 januari gaf aan dat Ahmad Fanaian dood werd aangetroffen met ernstige brandwonden op zijn lichaam. De heer Fanaian was een oudere en gerespecteerde man uit de provincie Semnan.

Deze moord komt in een periode van voortdurende en systematische onderdrukking van de bahá’ís in de provincie Semnan dat het brandpunt is van uitgebreide anti-bahá’í activiteiten. In 2012 heeft de Bahá’í International Community een speciaal rapport gepubliceerd waarin talrijke daden van geweld en discriminatie tegen bahá’ís in Semnan gedetailleerd beschreven zijn.

Verdere details worden in de komende dagen verwacht.

Bron: http://news.bahai.org/story/1147

 

17-11-2016: Falen mensenrechtenbeleid in Iran veroordeeld door wereldgemeenschap

Den Haag, 17 november 2016 – De Verenigde Naties hebben deze week ernstige zorgen geuit over de ‘strenge beperkingen’ op het recht op vrijheid van godsdienst of overtuiging in Iran en in het bijzonder over de voortdurende vervolging van de Iraanse bahá’ís.
De berisping – de 29e uiting van afkeuring sinds 1985 – stond in een jaarlijkse resolutie over de mensenrechten in Iran, die werd goedgekeurd door de Derde Commissie van de Algemene Vergadering met 83 stemmen voor, 35 tegen en 63 onthoudingen.

vn

De stemming volgde op een in september uitgebracht rapport door VN secretaris-generaal Ban Ki-moon, waarin hij zei dat de bahá’ís ‘de zwaarst vervolgde religieuze minderheid’ in Iran zijn. Voorts werd een nieuw rapport over de vervolging van de bahá’ís in Iran vrijgegeven door Bahá’í International Community op 25 oktober jl.

In de resolutie van deze week werd ook bezorgdheid geuit over Irans ‘alarmerend hoog’ gebruik van de doodstraf, de ‘wijdverspreide en systematische toepassing van willekeurige detentie’ en de vervolging van politieke tegenstanders, mensenrechtenverdedigers, journalisten en activisten die opkomen voor de rechten van vrouwen en minderheden.

In de resolutie wordt Iran opgeroepen om volledig samen te werken met de speciale rapporteur inzake mensenrechten in Iran, van wie de herhaalde verzoeken voor een bezoek aan Iran zijn geweigerd. Ahmed Shaheed, die tot 31 oktober de speciale rapporteur inzake mensenrechten was, bracht in september een rapport uit waarin werd vastgesteld dat er een intense anti-bahá’í propagandacampagne wordt gevoerd door de overheid, dat er nog steeds bahá’ís gevangen worden gehouden en dat zij economisch worden gediscrimineerd.
De resolutie werd ingebracht door Canada en had 41 mede-ondertekenaars.
Bron: http://news.bahai.org/story/1138

 

27-10-2016: Bahá’í vermoord in Iran – slachtoffer van religieuze haat

Den Haag, 27 oktober 2016 – Als gevolg van een afschuwelijke daad van geweld is een Iraanse bahá’í gedood door twee mannen, die toegaven dat ze hem vanwege zijn religieuze overtuiging met een mes hadden aangevallen. Farhang Amiri, 63 jaar oud, werd buiten zijn huis op 26 september 2016 vermoord in de Iraanse stad Yazd, waar hij en zijn familie al tijden woonden.

 

02-08-2016: Economische verstikking van de bahá’ís in Iran

Den Haag, 2 augustus 2016 – Bahá’ís in Iran vertellen, samen met vrienden, in een korte film over de onderdrukking die zij elke dag vanwege hun geloof moeten doorstaan in hun land. Sinds de Islamitische Revolutie in 1979 worden de aanhangers van het Bahá’í-geloof, Iraans grootste niet-islamitische religieuze minderheid, actief vervolgd door hun eigen regering en hun burger- en mensenrechten worden ontkend.

Het resultaat is de vernietiging of inbeslagneming van bahá’í religieuze, historische en culturele plaatsen, bahá’í-begraafplaatsen, ziekenhuizen en klinieken, evenals de uitbanning van bahá’í docenten, professoren en studenten van academische instellingen – allemaal met het doel om de bahá’í-gemeenschap economisch te verstikken en om uiteindelijk het geloof te elimineren.

De Iraanse bahá’ís en hun vrienden hebben dit filmpje gemaakt om hun stem te laten horen en dit verhaal aan de wereld kenbaar te maken.

Link naar de film in het Engels: http://iranpresswatch.org/post/15351/

 

03-12-2015: Ouders van jong kind in Iraanse gevangenis vanwege hun pleidooi voor hoger onderwijs

Den Haag, 3 december 2015 – Als onderdeel van een buitensporige poging om bahá’í-jongeren de toegang tot hoger onderwijs te blokkeren, hebben de Iraanse autoriteiten de moeder gevangen gezet en dreigen zij eveneens de vader op te sluiten, waardoor hun zesjarig zoontje van hun zorg zou worden beroofd.

 

azita

                                                                                                                                                          Azita Rafizadeh, haar man Payman Koushk-Baghi en hun zoon Bashir.

Op 25 oktober j.l. werd Azita Rafizadeh opgeroepen om zich te melden voor het uitzitten van een gevangenisstraf van vier jaar, die was opgelegd vanwege een door haar begane ‘misdaad’: de ondersteuning van een informeel initiatief om bahá’í-jongeren, aan wie hoger onderwijs wordt ontzegd, een gelegenheid te bieden om te studeren. Haar man, Payman Koushk-Baghi, die eveneens ten onrechte werd veroordeeld op basis van een soortgelijke aanklacht, wacht momenteel nog op een oproep om zich te melden voor zijn gevangenisstraf.

Azita Rafizadeh en Payman Koushk-Baghi, die uit de stad Karaj komen, behoorden tot een groep van zestien bahá’ís die in mei 2011 werden gearresteerd. Iraanse autoriteiten vielen toen meer dan dertig huizen binnen en waren op zoek naar personen die de activiteiten van BIHE (Bahá’í Institute for Higher Education) steunden. BIHE is een informele en vrijwillige poging om hoger onderwijs te bieden aan bahá’í-jongeren die door toedoen van de Iraanse autoriteiten geen toegang krijgen tot hoger onderwijs.

In februari 2013 werden Azita Rafizadeh en Payman Koushk-Baghi ondervraagd en kregen zij te horen dat, als ze zouden stoppen met hun activiteiten met betrekking tot BIHE, de aanklacht tegen hen zou worden ingetrokken. Zij weigerden dit aanbod.

De opstelling van het echtpaar wordt ondersteund door internationaal geldende mensenrechten, omdat het weigeren van toegang voor studenten tot hoger onderwijs als een misdaad wordt beschouwd. Het voorzien in een methode om hoger onderwijs te volgen is geen misdaad.
In mei 2014 moesten beiden voor de rechtbank verschijnen: Payman Koushk-Baghi kreeg vijf jaar gevangenisstraf, Azita Rafizadeh vier jaar.
Bron: https://www.bic.org/news/imprisonment-both-parents-child-their-promotion-higher-education#TwuOjSBjQJhSXQiM.97